“Maatwerk en flexibiliteit” of “Willekeur en werkverschaffing”
Beroepsauthentieke opdracht
De eerste les van de nieuwe periode zitten de studenten afwachtend in de klas. Mark, de docent, heeft alle oefeningen en workshops in deze nieuwe periode zo gemaakt dat studenten hun opdracht goed voor de opdrachtgever kunnen uitvoeren. En vandaag vertelt hij ze dat ze een goed ‘Plan van Aanpak’ moeten aanleveren voor hun ‘echte opdrachtgever’. “En als je nog geen opdracht hebt?”, vraagt één van de studenten…… “Ik heb er ook nog geen!”, roept een ander.
Studenten voldoen niet aan toegangseisen
Mark raakt in de war. Hij had Harry, de teammanager, nog gezegd dat alleen studenten met een opdracht toegelaten mochten worden. Omdat zonder opdracht de lessen geen zin hebben. En het stond ook nog in de studiehandleiding. Bovendien hadden de studenten in de vorige periode les gekregen in hoe je een opdracht moet verkrijgen (Lessen “Acquireren van een opdracht”) en waaraan zo’n opdracht moet voldoen (Lessen “Randvoorwaarden opdracht”).
Mark vertelt de studenten na de les dat ze beter eerst een opdracht kunnen gaan zoeken. Omdat anders de lessen geen zin hebben. En ze dus het vak niet kunnen halen. De studenten zijn boos: “Dat kunt u niet maken!”.
‘Regie over eigen les’
Na de les beent Mark boos naar Harry. Hij vraagt Harry waarom deze studenten in de les zitten. “Dat was niet afgesproken, kennelijk is bij deze studenten de verwachting gewekt dat ze ook zonder opdracht aan de lessen kunnen meedoen. Wil jij dit rechtzetten, Harry? Het is goed als we laten zien dat we één lijn trekken!”. Harry mompelt iets over ‘regie van de docent over zijn eigen les terug geven’, maar Mark is al weer weg.
Docent geeft onvoldoende
Twee weken later leveren de studenten hun ‘Plan van Aanpak’ in. Ze hebben nog steeds geen opdracht, en Mark ziet geen aanleiding om voor het ‘Plan van Aanpak’ een voldoende te geven. Hij geeft een No Go….
Studenten klagen
Een paar dagen later staat Harry op de kamer van Mark. Studenten hebben geklaagd over de lessen van Mark. Of Mark zijn lessen niet wat kan aanpassen. “Vind je zelf ook niet dat je wat flexibeler kunt zijn voor deze studenten?”, besluit Harry zijn betoog, “Bovendien zou het goed zijn als je in staat bent om maatwerk te leveren”.
Werkverschaffing
Mark weet dat als hij zijn lessen niet aanpast Harry hem bij zijn functioneringsgesprek zal aanspreken op de onderwerpen ‘flexibiliteit’ en ‘in staat zijn om maatwerk te leveren’.
Dus past Mark al zijn oefeningen en workshops aan. Vijf avonden is hij er mee bezig. “Maatwerk”, vertelt hij Harry, “En Flexibiliteit!”.
“Willekeur”, denkt Mark, “En Werkverschaffing”..
“Moeten we echt het hele boek meenemen?”
Neem alle ingrediënten mee om een brood te bakken
Ricardo is docent consumptieve techniek op een ROC. Vandaag ging hij met de klas brood bakken. Hij had zijn leerlingen gevraagd de ingrediënten voor brood mee te nemen van huis: 1/2 kilo volkoren bloem, een liter melk en 2 eieren. Daar kan elke leerling 3 broden van maken. Zout en gist hebben ze op school. Leerlingen van een ROC zijn zo slim dat ze niet aan Ricardo vragen “Maar meneer, moet ik echt alle ingrediënten meenemen voor een brood?”. Op een HBO wordt leerlingen, pardon, studenten, gestimuleerd om dat soort vragen wel te stellen.
Neem alle benodigde spullen mee
Piet geeft les in onderzoekstechnieken. Vandaag zouden de studenten aan de hand van een tiental onderzoeken over sport een probleemanalyse maken. Piet had de leerlingen, pardon, studenten, gevraagd om per groep van 8 studenten, de 10 onderzoeken mee te nemen naar de les. Deze onderzoeken had Piet al voor de studenten op internet geplaatst. Dus ze hoefden ze alleen nog maar uit te printen om ze te gebruiken in de les.
Student wil niet ‘alle ingrediënten meenemen’
Piet kreeg een mail van Samira, een uur voor de les: “Moeten we echt alle onderzoeken meenemen? We zijn niet eens zeker dat we het kunnen gebruiken”. Ze had deze mail ook gestuurd naar Harry, de coördinator onderzoekstechnieken.
Piet mailde Samira terug dat haar groep echt alle onderzoeken moest meenemen. Hij vond het niet nodig Samira via de mail uit te leggen waarom dat moest. Dat had hij vorige week in de klas al verteld.
Coördinator valt docent af
Harry, de coördinator onderzoekstechnieken stuurde Samira binnen een kwartier een mail waarin hij vertelde dat haar groep maar 3 onderzoeken hoefde uit te draaien. Ze mochten zelf weten welke. Harry bleek ook lid van de Studenttevredenheids-Gestapo…
Coördinator kiest voor studenttevredenheid
En Harry stuurde de beduusde Piet een mail. Dat het niet klantvriendelijk was studenten ‘zo veel materiaal mee te laten nemen waarvan het niet eens zeker is dat ze het kunnen gebruiken’. Piet mailde Harry nog wel terug. Dat het het doel van de opdracht was om studenten te leren informatie te selecteren en te gebruiken voor een probleemanalyse. En dat dus alle onderzoeken meegenomen moesten worden.
Geen brood zonder bloem
En dat je zonder bloem ook geen brood kan bakken. En dat een leerling op de bakkerschool dat wel snapt. En dat als die leerling dat niet snapt, de directeur van de bakkerschool dat wel snapt. En dat die directeur niet tegen die leerling zegt:
Toch brood zonder bloem?
“Laat je die bloem toch lekker zitten. Dan leert je meester je gewoon hoe je een brood kunt bakken zonder bloem. Noemen we dat gewoon een specialisatievak: Broodbakken zonder bloem. Krijg jij dan een 10 voor. Mooi toch? Tevreden?”
De Harry’s van het HBO pamperen de studenten kennelijk zo erg dat docenten geen eisen meer mogen stellen aan de input van studenten. Natuurlijk, je moet studenten ook uitdagen en motiveren. Maar vooral de studenten die een stapje harder zouden moeten lopen hebben vaak een extra prikkel nodig. En geen Harry die zegt dat dat stapje harder niet nodig is.
Tijdschrijven docenten levert slechts ‘pseudo’ winst
Heel goed dat de onderwijsraad ‘doelmatigheid’ op de agenda zet. Alleen jammer dat ze in die discussie aan de verkeerde kant begint.
Tijdschrijven levert slechts ‘pseudo’ winst
Ze veronderstelt dat efficiencywinst zichtbaar wordt wanneer docenten gaan tijdschrijven.
Het probleem is echter dat elke docent (en elke onderwijsmanager) kwaliteit van onderwijs anders ziet. En dat hij of zij daarom zijn tijd op zijn of haar eigen manier invult. En natuurlijk kan dat soms efficiënter.
Aansturing en financiering niet gekoppeld aan onderwijskwaliteit
Het zou beter zijn als de onderwijsraad zich zou buigen over de vraag wat kwaliteit van onderwijs precies is. En wat dat dan betekent voor de doelen van scholen en universiteiten. En de daarbij behorende aansturing en financiering.
Tegengestelde definities van kwaliteit van onderwijs
Er zijn tegengestelde definities van onderwijskwaliteit. Ik noem er enkele die in onderwijsland worden gehanteerd.
Is onderwijskwaliteit het kunnen garanderen van een eindniveau, behorend bij het diploma wat wordt afgegeven? Is onderwijskwaliteit de ‘toegevoegde waarde’ die een opleider gedurende een bepaalde periode aan een student of scholier toevoegt? Wordt de onderwijskwaliteit gemeten door de tevredenheid van studenten en/of ouders over het onderwijs?
Diplomadrukmachines
Bovenstaande doelen zijn principieel conflicterend. Dat zien we vooral terug in het hbo. Daar zijn sommige opleidingen een soort diplomadrukmachines geworden en wordt er nauwelijks nog waarde aan studenten toegevoegd. Voorbeelden hiervan kunt u lezen op dit weblog.
Gebrek aan onderwijskundige visie
Docenten maken nu hun eigen keuzes t.a.v. deze conflicterende doelen. Omdat scholen en hun managers kennelijk niet in staat zijn deze keuzes voor hen te maken.
Schaalvergroting belemmert doelmatigheid
De schaalvergroting in het onderwijs heeft er voor gezorgd dat een gemeenschappelijk idee over wat kwaliteit van onderwijs verder weg is komen te staan. En dat docenten daardoor met meer conflicterende belangen te maken hebben.
En daarom maakt de docent maar zijn eigen keuzes…
Of, zoals J. de Vries uit Berlicum in Trouw schreef:
Ja, als je als leraar al weinig tijd hebt, dan ga je graag nog even tijdschrijven om de manager inzicht te geven in hoe weinig tijd je hebt. Want ja, het draait om de manager. En ook de prestatiebonus draait niet om de leraar, maar om de manager. Zo kan de manager nog wat beter sturen op kwaliteit. Jammer alleen dat wat de manager kwaliteit noemt, vaak alleen maar inhoudt dat je je tijdschrijfsysteem vult en verder bijdraagt aan de papieren werkelijkheid. Want de rest, het lesgeven en dergelijke, daar interesseert de manager zich niet voor. En daar weet hij/zij ook niets van. Laat me raden: managers en vakbonden vinden dit een goed voorstel.
En mevrouw Geert ten Dam, van de Onderwijsraad zelf, weet het eigenlijk ook niet….
Uit het interview vanmorgen (16 november) in Goedemorgen Nederland (vanaf minuut 3:20) blijkt dat de Onderwijsraad eigenlijk geen idee heeft wat het echte probleem is: onduidelijkheid over beoordelingscriteria (lees: hoe meet je onderwijskwaliteit).
Dat komt misschien ook omdat de Onderwijsraad zich door 25 niet-onderwijsgevenden heeft laten adviseren en maar 1 onderwijsgevende….
De Unitmanager is ‘procesmanager’ in het onderwijs
Unit met ‘eigen verantwoordelijkheid’
Tamara werkt in het hoger beroepsonderwijs. Sinds twee jaar heet haar leidinggevende ‘Unitmanager’. Hij heet Herman. Op een dag, twee jaar geleden dus, kreeg Tamara te horen dat de school in ‘Units’ ging werken. Elke unit had dan een ‘eigen verantwoordelijkheid’.
Docenten verdelen over managers
Maar eigenlijk ging het zo: 40 docenten moesten worden verdeeld over 4 leidinggevenden. Dus zo kwam Tamara bij Herman terecht. Met 9 andere collega’s. En die heten nu het ‘Minorunit’. Want de naam ‘Hermanunit’ was persoonsverheerlijking geweest.
Vergaderen
Elke maand vergadert Tamara met het ‘Unitteam’. Herman doet de mededelingen vanuit het management. Zo heeft Tamara afgelopen jaren een aantal managementmededelingen gekregen.
‘Blij dat je meedenkt’
Ook heeft ze vaak onderwerpen en vraagstukken aangedragen die oplossing behoeven vanuit het management. Of oplossingen aangegeven voor vraagstukken van de opleiding. En Herman is altijd “heel blij” met het “proactieve en positieve” meedenken van Tamara.
‘Daar is geen draagvlak voor in het MT’
Soms komt Herman in de mededelingen terug op de inbreng van Tamara en anderen: “We nemen dat mee in de plannen voor volgend jaar” of “Dat was een goed idee, we hebben het besproken in het managementoverleg”. Maar meestal komt hij er niet op terug. Soms vragen Tamara of een van de collega’s naar de ingebrachte ideeën. Herman mompelt dan wat over “geen draagvlak” of “zover zijn we nog niet”. Hij lijkt dat ook niet zo belangrijk te vinden: “Het gaat natuurlijk ook om het proces”.
‘Ik neem dat mee naar het MT!’
De andere vergaderonderwerpen zijn vaak ‘discussiepunten’. Herman vraagt dan ook altijd, na afloop van de bespreking van dat punt, “welke conclusie ik dan moet meenemen naar het management?”.
Onduidelijke unitdoelen
Vaak vraagt één van de docenten waar ‘we’ als unit voor verantwoordelijk zijn. “Nou, dat mag duidelijk zijn,”, zegt Herman dan, “alles waar de Minor voor staat. En dat is vastgelegd…”.
Soms vraagt iemand wel eens waar dat dan is vastgelegd. Maar meestal “is dit niet de plaats” waarop dat moet worden besproken, volgens Herman. Heel soms verwijst hij naar ‘De Beleidsdocumenten’ waar de ‘uitdagingen van de Minor’ in zouden staan.
Nog een herkansing
Extra toets
“Ik mag van de examencommissie uw vak nog een keer herkansen.” Marijke mailt Johan, docent AO, ergens in juli. De zomervakantie staat voor de deur en Johan is wel een beetje klaar met het jaar en hij wil naar Vlieland, met zijn vrouw.
Maximaal twee kansen per jaar
Johan kijkt nog even na hoeveel kansen Marijke dit jaar al heeft gehad: Marijke haalde een onvoldoende voor de toets in januari en was niet op komen dagen bij de herkansing in april. Alleen de examencommissie is bevoegd bij gegronde redenen een extra kans toe te kennen. En pas dan moet Johan nog een extra toets met een nieuw antwoordmodel maken.
Manager in examencommissie zegt derde kans toe
Voor de zekerheid vraagt Johan de examencommissie wat de reden is voor de extra kans voor Marijke. “Ze heeft immers al twee kansen gehad, dus ik ben benieuwd naar de gegronde reden”. Pascal, de afdelingsmanager die de examencommissie vertegenwoordigd, laat merken dat ze Johan wat vindt zeuren: “Ik weet het niet meer, iets met haar moeder of zo. En anders loopt ze studieachterstand op, en dat willen we liever niet”.
Meerwerk voor docent
Johan heeft in de avonduren, terwijl zijn vrouw de koffers pakt, nog een toets in elkaar gezet en de volgende dag laten afnemen. Als hij terug is kijkt hij ‘m wel na.
Oneindig aantal herkansingen
Moeten we studenten een ongelimiteerd aantal kansen geven om een toets te halen? Of moet de student die zijn of haar toetsen zonder extra herkansingen weet te halen worden beloond? En moet een docent ongelimiteerd extra toetsen maken in zijn eigen tijd?
Herkansen is studentvriendelijk
Kennelijk wordt het als studentvriendelijk gezien om een student veel kansen te geven om een toets te halen. Probleem hierbij is echter dat de prikkel voor de student om in één of twee keer een toets te halen wordt weggenomen. En dat zorgt voor meer werk voor examencommissies (aanvragen, behandelen, op de hoogte stellen docenten en studenten), meer werk voor docenten (nieuwe toetsen bedenken en nakijken) en calculerende studenten.
Management oververtegenwoordigd in examencommissie
In het hbo zien we dat in de examencommissies vooral het management vertegenwoordigd is. En dat is misschien wel de belangrijkste reden waarom er ruimhartig met herkansingen wordt omgegaan. Zij gaan er immers vanuit, zo betoogde ik eerder, dat studententevredenheid de belangrijkste beoordelingsfactor is van de opleiding. En zij hebben geen last van het meerwerk voor docenten. Geven docenten daarom wat sneller een 5,5? Op het VMBO in elk geval wel….
Sommige studenten hebben 8 keer herkanst…
Wist u trouwens dat een toets gedurende een hbo-carrière elk schooljaar twee keer gemaakt mag worden en dat een student er, wanneer hij of zij na 4 jaar afstudeert, dus de toets wel 8 keer gemaakt kan hebben voordat hij of zij is geslaagd?
Hbo examinatoren onbekwaam?
Volgens de onderwijsinspectie “schiet het interne toezicht op de kwaliteit van de toetsing vaak tekort en gaan examencommissies zelden na of docenten competent zijn om te toetsen”.
Dit is waar. De vraag is echter of de incompetentie van de examinatoren is veroorzaakt door het tekort schietende interne toezicht, of dat het een op zichzelf staand fenomeen is.
In accreditaties wordt summier getoetst of docenten in staat zijn als examinator op te treden. Als een docent een ‘didactische aantekening’ heeft, wordt dat met een positief vinkje aangegeven. Inhoudelijk worden de examens bij een accreditatie nauwelijks getoetst.
De kwaliteit van examens wordt ook door de de hogeschool nauwelijks getoetst. Dat geldt trouwens ook voor de kwaliteit van de normering en het nakijken.
En de school heeft daar ook nauwelijks belang bij. Ze worden immers afgerekend op het aantal afgeleverde gediplomeerde studenten. Ofwel, hogescholen hebben geen belang bij een scherp intern toezicht op de kwaliteit van examens.
Misschien dat een hbo die baangarantie biedt de juiste prikkels biedt aan haar examinatoren. Of een hbo waarvan de kwaliteit wordt geborgd door een beroepsgroep. Zoals bijvoorbeeld de hbo-opleiding voor Fysiotherapie.
Ik wil graag een hbo die goed en streng examineert en daarmee haar studenten stimuleert een tandje bij te zetten. Maar die die hbo zal, zolang er geen nieuwe toetreders mogelijk zijn, voorlopig niet worden opgericht binnen het huidige bestel.
Zieke lerares: Hard aanpakken!
Ellen is vorig jaar flink ziek geweest. Gelukkig, tegen het einde van het schooljaar, was ze deels opgeknapt. Ze sprak met haar manager en bedrijfsarts af dat ze in de eerste twee maanden van het nieuwe schooljaar 50% zou werken. Op twee dagen zou ze worden ingeroosterd.
25 augustus kreeg ze het rooster van de eerste twee maanden. Ze stond helemaal volgepland. “Maar dat is toch niet afgesproken”, gaf ze bij Ruth, haar manager, aan. “Ach, probeer het nou maar, als het niet gaat, dan lossen we dat wel op”, gaf Ruth aan. Ellen ging ervoor, flexibel als ze is. Zij zag ook wel dat Ruth een probleem had als zij die uren niet zou geven. En och, als ze het niet zou redden, dan vond Ruth wel een oplossing.
Na drie weken bleek Ellen toch nog niet in staat om alle lessen te geven. Ze werd ziek en zat thuis. Ook Ruth vond dat vervelend. Ze had echt gedacht dat het met Ellen wel zou lukken. Nu zat ze met uitgevallen lessen, klagende studenten en een zieke docent. En voor een vervanger had ze geen budget meer.
Ik vroeg laatst aan Ruth waarom ze niet vooraf die 50% vervanging had geregeld. “Omdat ik die niet gefinancierd krijg van de directeur. Ik moet het doen met de mensen op mijn payroll”, antwoordde ze. “Maar nu krijgen studenten geen onderwijs en gaan ze waarschijnlijk het tentamen niet halen. Hoe regel je dat dan?”, vroeg ik. “Dan moet de norm maar iets omlaag. Daar zit dan niets anders op. We moeten de studenten toch tevreden houden!”
In de Telegraaf van 24 juni stond luid en duidelijk: ‘Schoolzieke leraar hard aanpakken’. De vraag is hier in hoeverre het de schuld is van Ellen dat haar lessen uitvielen. Of komt het door de wijze waarop het management van de school haar, soms ziek wordende, docenten inzet. En hebben deze managers wel de middelen om dat goed te doen. Of trekt de positie van schoolmanagers juist mensen aan die kiezen voor ‘we-zien-dan-wel-weer’ managementstijl’. Die ondanks de beperkte middelen, soms tegen beter weten in, de klus proberen te klaren?
Ellen is weer begonnen. 50%. Ze vertrouwt Ruth ietsje minder, maar heeft zich toch voorgenomen om zich ‘flexibel’ te blijven opstellen.
Studenten hengelen op het MBO
“Dat had je beter niet kunnen zeggen”, zei Bert tegen mij.
Bert is docent op het mbo en ik mocht in de klas van Bert iets vertellen over onze hbo-opleiding Bedrijfseconomie.
Ik vertelde de studenten wat je allemaal kunt worden met deze studie. En ik vroeg ze ook wat zij dachten dat je ermee kon worden. “Rijk”, “Directeur” of “functies’” van die strekking werden door de klas geroepen. Aan inlevingsvermogen, interactiviteit en ambitie geen gebrek.
“Hoe streng zijn ze dan op die opleiding?”, vroeg zo’n blije student die de geldkraan bij hem thuis al helemaal opengedraaid zag staan. “Tja, streng… Wat zal ik zeggen, ik vind ons best soepel: In het eerste jaar krijg je maar liefst vier kansen om je vakken te halen. Pas als je dat niet haalt vinden we je niet geschikt voor het hbo.”
Ik ontwaarde wat verschrikte blikken in de klas. Bert trok een gezicht alsof ik zojuist de grootste blunder had begaan die je maar kon bedenken. Hij keek de klas nog aan met een blik van ‘dat bedoeltie niet zo’, maar het kwaad was al geschied.
“Dus dan word je weggestuurd?”, vroeg de iets minder blije student…
Bert vertelde me dat veel studenten in het mbo denken dat als ze maar lang genoeg blijven zitten dat dan hun diploma vanzelf komt… En het was nogal een schok voor ze als ze met die houding niet ook een hbo-papiertje konden halen. En dat ik dus een slecht verkoopargument had. Voor de studenten. En dat andere opleidingen een beter en minder ‘streng’ verhaal hadden….
Mij vragen ze niet meer ben ik bang……