Hoger Onderwijs Blog


Kartelvorming in hoger onderwijs

Geplaatst in HBO,Onderwijs,WO door joostvanderhorst op december 21, 2009
Tags: , , ,

Markt wordt verdeeld
Zoals ik al eerder aangaf is het onmogelijk een nieuwe, door de overheid bekostigde, hbo te starten. Daardoor hebben de bestaande instellingen een monopoliepositie. Zo verdelen de bestaande hbo’s de markt in de grote steden. De HvA mag in Amsterdam geen Vrijetijdsmanagementopleiding beginnen omdat Inholland die opleiding al in Amsterdam aanbiedt. In ruil daarvoor mocht de HvA in Amsterdam een hbo-rechtenopleiding starten.

Minister bevordert kartelvorming
Het ministerie van onderwijs bevordert deze kartelvorming. Als je een nieuwe opleiding wilt starten moet je bij het ministerie de ‘macro-doelmatigheid’ van de opleiding aantonen. En als dezelfde opleiding al in de buurt wordt aangeboden krijg je geen toestemming. Ook al is de andere opleiding van slechte kwaliteit.

Hbo’s houden systeem in stand
De onderwijsraad, adviseur voor de minister van OC&W en bestaande uit vertegenwoordigers van het onderwijsveld, heeft als doelstelling geformuleerd dat binnen afzienbare termijn 50% van de jongere beroepsbevolking dient te beschikken over een diploma hoger onderwijs. En met eigen woorden voegt ze daar aan toe dat ze de kwaliteit wil blijven bewaken: ‘De basiskwaliteit wordt in de eerste plaats gegarandeerd door het accreditatiestelsel’. In feite is dat hetzelfde als dat het CBR zegt dat meer mensen hun rijbewijs moeten halen. Het verschil met een hbo is dat het CBR niet zelf de rijlessen geeft.

Slager keurt eigen vlees

Het accreditatiestelsel is een systeem waarbij een panel van beoordelaars opleidingen op kwaliteit beoordeelt en dit rapporteert aan de NVAO. Zo’n panel wordt ingekocht door de hogeschool. En die wil graag dat de opleiding wordt goedgekeurd. De NVAO wordt betaald door het ministerie van OC&W…. In feite beoordeelt de minister zijn eigen werk. Heeft het NVAO en deze panels van beoordelaars er belang bij een opleiding een onvoldoende te geven?

Corrumperend accreditatietraject
Geen enkele.
In de eerste plaats zal de NVAO oppassen met het overnemen van een ‘onvoldoende’ die door panels worden gegeven. Immers, de minister wil niet dat het door haar gefinancierde onderwijs als onvoldoende wordt ervaren. Het ministerie zal dan de geldkraan naar de NVAO dichtdraaien.
In de tweede plaats zal een onvoldoende ervoor zorgen dat een opleiding verdwijnt. Aangezien, door de kartelwerking, de opleiding de enige is die voorziet in het aanbod in de buurt, zal de minister er alles aan doen om de opleiding in de lucht te houden.

Slecht vlees
In feite is het accreditatiestelsel een systeem waarbij de minister maar één slagerij wil financieren in de stad. En onder het mom van kwaliteit zelf het vlees maar gaat keuren. Natuurlijk, het vlees is bijna gratis, maar de slagerij verdient het meest door slecht vlees in te kopen het liefst zo onbewerkt mogelijk door te verkopen.

Een andere keuringsdienst
Het zou goed zijn als het ministerie de verantwoordelijkheid van de kwaliteit van het onderwijs niet zelf regiseert. Leg die verantwoordelijkheid bijvoorbeeld bij Economische zaken. Zij heeft wellicht een ‘natuurlijk belang’ de waarde van diploma’s kritisch te bewaken. Door het ‘afnemend werkveld’ een grotere rol te geven in de vaststelling van de kwaliteit van een opleiding en de waarde van het diploma. Inmiddels geven ook VNO-NCW en MKB Nederland aan meer invloed te willen hebben op het hbo: “Dat overleg en die samenwerking zijn nu in de praktijk veel te fragmentarisch en te versnipperd”.

Verspilling van belastinggeld
En doorbreek dan het kartel van de-elkaar-de-hand-boven-het-hoofd-houdende hbo-instellingen. Ze verspillen miljoenen aan ondoorzichtige accreditatietrajecten, miljoenen aan management dat geen belang heeft bij de kwaliteit van het onderwijs en miljoenen aan verspilde tijd van stuurloze docenten die studenten tevreden aan het houden zijn.

4 Reacties naar 'Kartelvorming in hoger onderwijs'

Abonneer je op reacties met RSS of TrackBack naar 'Kartelvorming in hoger onderwijs'.


  1. Interessante bijdrage. Een paar nuanceringen of aanvullingen:

    Het klopt dat de NVAO formeel wordt betaald door OCW, maar het is m.i. niet zo dat de minister zijn eigen werk beoordeeld. Formeel juridisch is de NVAO een zogenaamd zelfstandig bestuursorgaan. Dat betekent concreet dat het voor de minister niet mogelijk is om in individuele gevallen aanwijzingen te geven aan de NVAO (bijv. hoe om te gaan met bepaalde dossiers). Derhalve staat de NVAO op afstand van OCW, maar ook van de politiek. In hoeverre deze (theoretische afstand) in de praktijk ook altijd wordt bewaard kan ik natuurlijk niet beoordelen.

    Ook zal de NVAO naar mijn overtuiging niet bang zijn om gekort te worden op de bekostiging indien er onvoldoendes worden uitgedeeld. De reden er dat nu relatief weinig onvoldoendes worden uitgedeeld (en negatieve accreditaties) is m.i. een andere.

    Thans is het zo dat de consequenties van een negatief accreditatieoordeel erg groot zijn. Voor bekostigde opleidingen betekent dit het einde van de bekostiging en voor alle opleidingen betekent een negatieve accreditatie dat geen erkende graden meer mogen worden verleend. De zware gevolgen hebben tot gevolg dat defacto de opleiding moet worden stopgezet, met alle gevolgen (ook voor het personeel) van dien.

    Maar niet alleen voor student en instelling maar ook maatschappelijk gezien kunnen de gevolgen groot zijn. Stel dat alle juridische opleidingen onvoldoendes en een negatieve accreditatie zouden krijgen….wat zijn dan de gevolgen voor het vertrouwen van de burger in de rechtsstaat (rechters, advocaten e.d.?). Idem bijvoorbeeld voor lerarenopleidingen.

    Gevolg is dat tijdens een accreditatietraject wordt gezocht naar mogelijkheden om opleidingen gedurende de rit te laten verbeteren (nieuw programma, nieuw management, betere docenten e.d.) in plaats van negatieve accreditaties uitdelen.

  2. Michiel zei,

    Goede bijdrage !
    Je analyse is scherp.
    Het klinkt alsof onderwijs meer zou moeten als een vrijemarkt.
    Het probleem ligt in de politiek. NL de ‘Derde weg’ . Met deze zienswijze zijn scholen het bos in gestuurd, en scholen kwamen op een plekje in dat bos wat best beviel, met name de bestuursleden beviel het wel. Ik denk dat het onderwijs een enorm probleem heeft met haar taakopvatting. Het lijkt alsof scholen niet meer goed willen zijn, maar succesvol. Succesvol in termen van omvang, financien, etc.

    ‘De Derde Weg’, de vernieuwingsbeweging binnen de sociaal-democratie die pleitte voor meer marktwerking, ondernemerschap en een einde aan het taboe op veel geld verdienen. De marktwerking werd gezien als een manier om de staatstaken efficienter te maken.

    Dit leidt tot een soort ‘ideaal plaatje’ voor scholen. Zij mogen salarissen laten stijgen, ze mogen groeien, ze mogen de directe kosten laten dalen EN ze mogen dat doen zonder volledige concurrentie!

    Als ‘coordinator accreditatie’ heb ik gezien hoe de NVAO een rad voor ogen werd gedraaid. De docenten studenten ratio was- gerapporteerd- 1:36. De streefratio is 1:25. In werkelijkheid was het 1:56. Uiteraard zagen de auditoren van het NVAO dit niet. De accreditatie was een groot succes, en de opleiidng ging zelf ook geloven dat de opleiding best heel goed was…

    Hiertoe leidt dus deze ‘halve marktwerking’ . Scholen zitten vast in het grijze gebied tussen privaat en publiek, en plukken van beide de krenten uit de pap. Wie is het slachtoffer? Degene die geen macht hebben: de studenten en de docenten.


  3. [...] de diploma’s ten goede. Bovendien kan bij dat toetsen ook het werkveld meer worden betrokken. Leg die verantwoordelijkheid bijvoorbeeld bij Economische zaken. Zij heeft wellicht een ‘natuurlijk [...]

  4. Hannes Minkema zei,

    “Bovendien kan bij dat toetsen ook het werkveld meer worden betrokken.”

    Ik heb alleen ervaring met hbo- en wo-lerarenopleidingen. Het ‘betrekken van het werkveld’ is bepaald geen sinecure. Ik zie maar een klein deel van de ervaren werkzame leraren in staat en bereid om kwaliteiten van leraren-in-opleiding valide te beoordelen. Dan heb ik het over de voor de hand liggende kwaliteiten als vakkennis, didactische kennis, goed kunnen lesgeven en klassenmanagement.

    In de praktijk laten scholen iedereen optreden als begeleider of beoordelaar van leraren-in-opleiding. Mensen die ‘toevallig’ in havo-4 zijn terechtgekomen, mensen die ‘toevallig’ nog een paar uur veil hebben, of mensen die er niet over durven zaniken dat deze taak op hun bordje wordt gelegd. Vrijwel zijn leraren in zowel de begeleiders- als de beoordelaarsrol, zodat de stagedocent die verantwoordelijk is voor de praktijkopleiding van de stagiair zelf ook het resultaat daarvan mag keuren – en daarbij dus zichzelf als opleider meekeurt.

    Op het instituut is dat niet anders, trouwens. Ook daar zijn bij de meeste opleidingsonderdelen docent en beoordelaar dezelfde persoon. Het keuren van het eigen vlees is bij dit soort praktijkopleidingen ingebakken. Bij een kennisintensieve opleiding kun je tentamens nog losweken van de onderwijspraktijk. Bij praktijkintensieve beroepsopleidingen is het moeilijker om een onafhankelijke toetsing van het praktijkdeel te realiseren.

    Dat laatste bezwaar telt meer naarmate ‘het werkveld’, die Joost in zekere zin opvoert als externe beoordelaar, zelf meer betrokken is als opleidingsverantwoordelijk partner in de beroepsopleiding.

    Is er een oplossing voor dit probleem? Misschien als we pragmatisch kijken. Welk risico wil je verkleinen? Dat opleiders té gemakkelijk voldoendes (of hoge cijfers) afgeven. In welke gevallen gebeurt dat? Als ze in hun beoordelende rol geen kritische pottenkijkers vrezen, maar eigenmachtig te werk gaan. Wat moeten we dus doen? Kritische pottenkijkers organiseren. Mensen met verstand van beoordelen, die part noch deel hebben aan de opleiding, en louter de prestatie van – hun onbekende – studenten mee-beoordelen. Die kunnen uit het werkveld komen, en dat is wellicht wenselijk; maar een voldoende garantie op kwaliteit is dat niet. Bij elke reeks beoordelingen die een opleider afgeeft, zou standaard – op zijn minst steekproefsgewijs – een externe kritische pottenkijker betrokken moeten zijn. De wetenschap dat zo’n pottenkijker er is, zal de eerste beoordelaar aanzetten tot scherpere beoordelingen.

    Ja, dat kost extra tijd. Maar een borging of verhoging van de kwaliteit van behaalde – dure – diploma’s lijkt me dat alleszins waard.


Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.